Boedapest bestaat eigenlijk uit twee steden aan weerszijden van de Donau: heuvelachtig, rustig Buda met de burchtwijk, en vlak, druk Pest met het parlement, de grote boulevards en de ruïnebars. Veel van het mooiste kost weinig of niets, van het uitzicht vanaf de Gellértheuvel tot een avondwandeling langs de rivier. En waar je wel voor betaalt, zoals de thermale baden en het parlement, krijg je meestal waar voor je geld.
Transparantie: deze pagina bevat links naar GetYourGuide. Boek je via zo’n link, dan ontvangt People & Media mogelijk een kleine commissie, zonder extra kosten voor jou.
Onze eerlijke reviews van bezienswaardigheden
Twijfel je of een ticket het geld waard is? In onze uitgebreide reviews lees je wat echt goed is, wat tegenvalt en hoe je je bezoek slim plant.
De 14 leukste dingen om te doen in Boedapest

1. Het Hongaarse parlement van binnen bekijken
Het neogotische parlementsgebouw aan de Pest-oever is hét symbool van de stad, en binnen is het minstens zo overdadig: een vergulde hoofdtrap, een koepelhal en de Heilige Kroon van Hongarije onder gewapende bewaking. Naar binnen kan alleen met een bezoek op een vast tijdstip, met gids of audiogids, en dat is kort en strak geregeld. Voor wie het de moeite loont, lees je in Is het parlement in Boedapest de moeite waard?
Tijd: ongeveer 45 minuten, plus de veiligheidscontrole. Kosten: betaald, en voor inwoners van de EER flink goedkoper (neem het identiteitsbewijs mee waarmee je boekte). Tip: de rondleidingen vertrekken vanuit het bezoekerscentrum aan de noordkant van Kossuth Lajos tér en zijn in drukke periodes snel uitverkocht. Boek je parlementsbezoek dus vooraf en wees er 20 tot 30 minuten eerder.
2. Badderen in het Széchenyibad
In een dampend buitenbad zitten voor een geel neobarok paleis, terwijl Hongaren om je heen schaken op drijvende borden: dat is Boedapest ten voeten uit. Binnen vind je een doolhof van kleinere baden en sauna’s, de een wat charmanter dan de ander. Onze eerlijke kijk op drukte, hygiëne en tickets lees je in Is het Széchenyibad de moeite waard?
Tijd: 2 tot 4 uur. Kosten: betaald; vrijdag en in het weekend duurder dan maandag tot en met donderdag. Tip: ga op een doordeweekse ochtend, neem je eigen handdoek en slippers mee en koop je ticket voor het Széchenyibad vooraf, dan sla je de kassarij over. Metrolijn M1 stopt voor de deur.
3. Rondslenteren op de Burchtheuvel
De burchtwijk boven de rivier is een mix van kinderkopjes, pastelkleurige huizen, het enorme Koninklijk Paleis en brede terrassen met uitzicht op Pest. In het paleis zitten de Hongaarse Nationale Galerie en het Historisch Museum, maar rondlopen op de heuvel is gratis.
Tijd: een halve dag. Kosten: gratis, musea betaald. Tip: het historische kabeltreintje vanaf Clark Ádám tér is leuk, maar de rij is vaak lang. Lopend ben je in 15 tot 20 minuten boven, en bus 16 is het snelle, goedkope alternatief.
4. Uitzicht vanaf het Vissersbastion
De sprookjesachtige witte terrassen en torentjes naast de Matthiaskerk zijn rond 1900 gebouwd als uitkijkpunt, en je hebt er het mooiste zicht op het parlement aan de overkant.
Tijd: 30 minuten. Kosten: de lagere terrassen zijn gratis, voor de bovenste torentjes betaal je overdag een kleine entree. Tip: die entree geldt alleen vanaf 9.00 uur tot ’s avonds (tot 19.00 uur van oktober tot en met mei, tot 21.00 uur van juni tot en met september). Kom bij zonsopkomst of na het donker en je kunt gratis naar boven, zonder drukte. Betalen kan alleen met een kaart.
5. Binnenkijken in de Matthiaskerk
Naast het Vissersbastion staat deze gotische kerk met een kleurig dak van Zsolnay-tegels en een interieur dat van vloer tot plafond beschilderd is in rood, goud en groen. Hongaarse koningen werden hier gekroond, onder wie Frans Jozef en Sisi in 1867.
Tijd: 30 minuten. Kosten: betaald. Tip: het is een werkende kerk, dus rond diensten, bruiloften en op zondagochtend kun je minder lang terecht. Bedek je schouders.
6. Een rondvaart op de Donau bij schemering
De Donauoevers van Boedapest staan op de Werelderfgoedlijst van Unesco, en je ziet ze het best vanaf het water als de verlichting aangaat: het parlement, de burcht en de Kettingbrug kleuren dan goudgeel. Je hebt simpele rondvaarten van een uur met een drankje, maar ook dinercruises met livemuziek.
Tijd: 1 tot 2 uur. Kosten: betaald. Tip: een eenvoudige avondrondvaart geeft precies hetzelfde uitzicht als een dure dinercruise. Vergelijk de rondvaarten in Boedapest op vertrektijd en kies er een rond zonsondergang.
7. De koepel van de Sint-Stefanusbasiliek
De grootste kerk van Boedapest is gewijd aan de eerste koning van Hongarije, wiens gemummificeerde rechterhand in een zijkapel ligt. Het interieur is rijk en goudkleurig, maar de echte beloning is het panoramaterras rond de koepel, met uitzicht over de daken van Pest.
Tijd: 45 minuten tot een uur. Kosten: betaald voor de kerk en het panoramaterras. Tip: een orgelconcert in de basiliek is een mooie manier om hem ’s avonds te beleven.
8. De Grote Synagoge en de Joodse wijk
De synagoge in de Dohány utca, geopend in 1859, is een van de grootste ter wereld. Bij het complex horen het Hongaars-Joods Museum en een herdenkingstuin met een metalen treurwilg vol namen van Holocaustslachtoffers. In het omliggende zevende district woonde eeuwenlang de Joodse gemeenschap, en hier lag in de oorlog het getto.
Tijd: 1,5 uur. Kosten: betaald. Tip: op zaterdag (sabbat) en Joodse feestdagen is de synagoge dicht voor bezoekers. Reken op een veiligheidscontrole en kleed je netjes.
9. Iets drinken in een ruïnebar
Ruïnebars ontstonden vanaf de jaren 2000 in vervallen panden in de oude Joodse wijk: binnenplaatsen vol rommelmarktmeubels, oude badkuipen, graffiti en lichtslingers. Szimpla Kert was de eerste en is nog steeds de moeite waard, ook al staat hij inmiddels in elke reisgids.
Tijd: een avond. Kosten: bij de meeste bars gratis entree. Tip: ga vroeg op de avond naar Szimpla om de ruimtes goed te zien en schuif door naar kleinere bars in de buurt als het vol wordt. Houd rekening met de bewoners: het is een echte woonwijk.
10. Stilstaan bij de Schoenen aan de Donauoever
Zestig paar gietijzeren schoenen op de kade van Pest, een klein stukje ten zuiden van het parlement, herdenken de Joden die in 1944 en 1945 door de Pijlkruisers in de rivier werden doodgeschoten. Klein, stil en een van de indrukwekkendste monumenten van Europa.
Tijd: 15 minuten. Kosten: gratis. Tip: combineer het met je parlementsbezoek, en maak hier geen grappige poseerfoto’s.
11. Proeven in de Grote Markthal
In de grootste overdekte markt van de stad, met een kleurig tegeldak, koop je beneden paprikapoeder, salami, ingelegde groenten en tokajer, en eet je boven stevige Hongaarse kost. De hal ligt aan de Pest-kant van de Vrijheidsbrug.
Tijd: een uur. Kosten: gratis entree. Tip: de eetkraampjes op de bovenverdieping hebben toeristenprijzen. Voor een betere lángos (gefrituurd deeg met zure room en kaas) ga je naar een buurtmarkt of bakkerij. Doordeweeks ’s ochtends is het het meest authentiek.
12. Zonsondergang op de Gellértheuvel
Vanaf deze steile heuvel aan de Buda-kant, met het Vrijheidsbeeld op de top, zie je de Donau, de bruggen en beide stadsdelen in één blik. De wandeling vanaf de Elisabethbrug komt langs het standbeeld van Sint-Gellért en een kleine waterval.
Tijd: 1 tot 1,5 uur. Kosten: gratis. Tip: trek goede schoenen aan, de paden zijn steil. Loop aan de andere kant naar beneden richting het Gellértbad of de cafés aan de Bartók Béla út.
13. Over de Andrássy út naar het Heldenplein en het Stadspark
De chicste boulevard van Boedapest loopt langs de Staatsopera en het museum Huis van de Terreur naar het Heldenplein met zijn millenniummonument. Daarachter ligt het Stadspark (Városliget), met het romantische kasteel Vajdahunyad, een vijver die ’s winters een ijsbaan wordt en nieuwe gebouwen zoals het Huis van de Muziek.
Tijd: een halve dag. Kosten: wandelen is gratis, musea betaald. Tip: neem één kant op metrolijn M1, de oudste ondergrondse van het Europese vasteland, en loop terug. Het Széchenyibad ligt in hetzelfde park, dus combineer ze.
14. Ontspannen op het Margaretha-eiland
Op dit lange, autovrije eiland tussen Buda en Pest gaan Hongaren hardlopen, fietsen en picknicken. Er is een rubberen hardloopbaan rond het eiland, een kleine Japanse tuin, middeleeuwse ruïnes en een muzikale fontein.
Tijd: 1 tot 3 uur. Kosten: gratis. Tip: huur bij de ingang vanaf de Margarethabrug een fiets of trapauto, dan zie je het hele eiland zonder moe te worden.
- Dagplanning voor 3 dagen, uur voor uur
- Google Maps-lijst met alle stops
- Wat je vooraf moet boeken (en wanneer)
- Werkt offline op je telefoon
Praktische tips voor je bezoek aan Boedapest

Beste reistijd
April tot en met juni en september en oktober zijn het fijnst: warm genoeg voor de buitenbaden en wandelingen langs de rivier, zonder de hitte van juli en augustus. De zomer brengt festivals en volle terrassen, maar ook hoge temperaturen en drukte. De winter is koud en grijs, maar in de stoom van een thermaal bad is dat juist heerlijk, en de kerstmarkten zijn populair.
Hoeveel dagen heb je nodig?
Drie dagen is ideaal: een dag voor Buda (Burchtheuvel, Vissersbastion, zonsondergang op de Gellértheuvel), een dag voor Pest (parlement, basiliek, Joodse wijk en een ruïnebar) en een dag voor een thermaal bad, het Stadspark en een rondvaart. Met vier of vijf dagen voeg je het Margaretha-eiland, meer musea of een uitstapje naar Szentendre of de Donauknie toe.
Vervoer in de stad
Het centrum van Pest is goed te lopen, en metro, trams en bussen van BKK doen de rest. Tram 2 langs de Pest-oever is zelf al een sightseeingrit. Voor een kort verblijf zijn de 24- en 72-uurskaarten van BKK meestal voordeliger dan losse kaartjes. Je koopt ze in de BudapestGO-app of bij kaartautomaten. Voor de vliegveldbus 100E heb je een apart kaartje nodig. Daarnaast is er de Budapest Card, die vervoer combineert met gratis of goedkopere entree; bekijk de actuele voorwaarden op de officiële site budapestinfo.hu en reken na of hij klopt met wat je echt wilt zien.
Hongarije betaalt met de forint (HUF), niet met de euro. Pinnen kan bijna overal, maar houd wat contant geld bij de hand voor markten en kleine bars.
Waar overnachten?
- District V (Belváros-Lipótváros): centraal in Pest bij het parlement en de rivier, ideaal voor een eerste bezoek.
- District VI (Terézváros): rond de Andrássy út en de opera, met goed vervoer en veel restaurants.
- District VII (Erzsébetváros): de Joodse wijk en het uitgaansgebied; gezellig, maar ’s nachts soms luidruchtig.
- District I (burchtwijk): ’s avonds rustig en sfeervol, maar heuvelachtig en verder van de restaurants.
- District XI (Újbuda): aan de Buda-kant bij de Gellértheuvel, lokaler en vaak goedkoper.
Veelgestelde vragen

Hoeveel dagen heb je nodig in Boedapest?
Drie dagen is ideaal voor een eerste bezoek. Dan heb je tijd voor Buda én Pest, een thermaal bad en een avondrondvaart zonder te haasten. Met twee dagen zie je de hoogtepunten als je de musea overslaat.
Welk thermaal bad is het leukst voor een eerste bezoek?
Het Széchenyibad is het bad dat iedereen voor zich ziet: groot, buiten en levendig, maar ook druk. Zoek je iets stijlvollers en rustigers, kijk dan naar het Gellértbad of het kleinere Rudasbad met zijn Ottomaanse koepelbad. Welk bad je ook kiest: ga ’s ochtends.
Moet je het parlement vooraf boeken?
Ja, zeker van het voorjaar tot de herfst en in het weekend. Populaire tijdsloten, ook voor Engelstalige rondleidingen, zijn vaak dagen vooraf uitverkocht, dus reken niet op een kaartje voor dezelfde dag.
Is Boedapest goedkoop?
Goedkoper dan de meeste West-Europese hoofdsteden, maar minder goedkoop dan vroeger. Eten, openbaar vervoer en veel bezienswaardigheden zijn prima geprijsd; toeristenrestaurants aan de rivier en de bovenverdieping van de Markthal zijn duidelijk duurder. Betaal in forinten in plaats van euro’s om slechte wisselkoersen te vermijden.
Wat kun je gratis doen in Boedapest?
Over de Burchtheuvel lopen, de lagere terrassen van het Vissersbastion (en de bovenste vroeg of laat), de Gellértheuvel, de Schoenen aan de Donauoever, de Andrássy út en het Stadspark, het Margaretha-eiland en de kades langs de Donau zijn allemaal gratis.
Uitgelichte afbeelding: Foto: Perituss, CC0, via Wikimedia Commons
